1917-1928, Theo Van Doesburg en ‘De Stijl’

Theo Van Doesburg was een veelzijdig kunstenaar en theoreticus. Vanf 1915 had hij contact met de schilder Piet Mondriaan. In 1916 leerde hij de architect Oud kennen, alsok de schilders Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Vilmos Huszár.

In 1917 bracht Van Doesburg het tijdschrift voor beeldende kunst uit: ‘De Stijl’. Tot de eerste ‘medewerkers’ van De Stijl behoorden, naast Van Doesburg, de experimentele schrijver Anthony Kok, de schilders Mondriaan, Huszár en Van der Leck, de architecten J.J.P. Oud en Jan Wils en de Italiaanse futurist Gino Severini. Later kwamen hierbij de architect Robert van ‘t Hoff, de Belgische beeldhouwer Georges Vantongerloo en de meubelmaker Gerrit Rietveld. De kunstenaars kenden elkaar uiteraard wel, maar het grootste deel van de communicatie verliep via briefcontact. Mondriaan en Rietveld hebben elkaar bijvoorbeeld nooit ontmoet.

Tegen het jaar 1920 hadden de meeste leden de groep verlaten, terwijl de overgebleven leden niet of slechts sporadisch voor De Stijl schreven. Het tijdschrift verkeerde dus in een crisis. Dit weerhield Van Doesburg er echter niet van De Stijl te blijven uitgeven en als coherente groep te presenteren. In 1921 werd El Lissitzky de belangrijkste medewerker van Van Doesburg.

In 1927 vroeg Van Doesburg alle voormalige leden een bijdrage te leveren aan het 10-jarige jubileumnummer van De Stijl, dat pas in 1928 verscheen. Ook in 1928 verscheen het voorlopig laatste nummer van De Stijl, een nummer dat geheel gewijd is aan de Aubette, met muurschilderingen van Van Doesburg. In 1931 overleed Van Doesburg.