axonometrieën

De eerste echte architecturale axonometrieën waren te zien op twee belangrijke tentoonstellingen in 1923, die al maanden tevoren voorbereid waren. De eerste was die van het Bauhaus, van 15 augustus tot 30 september in Weimar. Gropius had zijn bureau in Weimar ontworpen en de 23-jarige Herbert Bayer had er een isometrisch zicht van getekend, met de assen op 90°, op 210° en op 330°. De tweede tentoonstelling was die van ‘De architecten van de groep De Stijl’, van 15 oktober tot 15 november in de Galérie de l’Effort Moderne te Parijs. Theo Van Doesburg had samen met de 26-jarige architect Cornelis van Eesteren een denkbeeldig Maison Particulière ontworpen en van Eesteren had er een axonometrie van getekend, met assen op 90°, op 225° en op 315°. Bij deze methode krijgen de platte daken de belangrijkste plaats. Eysselinck gebruikte de axonometrie voor twee afbeeldingen van de woning Peeters in het voorjaar van 1932.